Het grote tekort aan woonruimte voor statushouders en andere woningzoekenden in Nederlandse gemeenten is het gevolg jarenlang tekortschietend overheidsbeleid. Dat stelt VluchtelingenWerk in reactie op het nieuws dat 70 procent van de gemeenten niet kan voldoen aan de taakstelling voor huisvesting van statushouders. Als gevolg daarvan zitten in de centrale opvang nog steeds ruim 18.400 statushouders, die recht hebben op zelfstandige woonruimte.
Uitvoering van de Spreidingswet draagt mede bij aan het terugdringen van het woningtekort. Het demissionaire kabinet heeft veel twijfel gezaaid over het wel of niet handhaven van de Spreidingswet, die juist bedoeld is om kwalitatief goede, kleinschalige opvang in gemeenten te regelen. Daarnaast is sprake van een woningcrisis die met prioriteit aangepakt moet worden. VluchtelingenWerk ziet dat veel gemeenten zich hardmaken voor de bouw van meer woningen, maar aanlopen tegen allerlei obstakels. Ook benadrukt de organisatie dat handhaven van voorrang voor statushouders - net als voor andere urgente groepen - bij toewijzing van woningen, bijdraagt aan het terugdringen van de achterstanden. Een positief signaal is dat op de taakstellingen voor afgelopen jaar achterstanden wel verder zijn ingelopen. Voorgaande jaren was het tekort nog groter.
Ruim 18.000 statushouders verblijven in azc's, terwijl ze recht hebben op huisvesting in gemeenten waaraan ze gekoppeld zijn. Doordat er te weinig woningen beschikbaar zijn, is de opvang overvol en moeten mensen in noodvoorzieningen, zoals boten en de noodopvang in Biddinghuizen, verblijven. Deze vormen van opvang zijn niet goed voor het welzijn van vluchtelingen, en al helemaal niet voor het welzijn van kinderen en kwetsbare groepen.