Uit het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) blijkt dat het merendeel van de Oekraïense vluchtelingen worstelt met de Nederlandse taal, terwijl ze tegelijkertijd heel gemotiveerd zijn om die te leren.
Dit komt mede door de manier waarop taalonderwijs voor Oekraïense vluchtelingen georganiseerd is. Asielzoekers en statushouders krijgen taallessen via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en gemeenten. Voor Oekraïense vluchtelingen is het aanbod afhankelijk van de opvanglocatie of gemeente waar mensen wonen. In sommige gemeenten wordt helemaal geen taalonderwijs aangeboden en proberen Oekraïners zelf de taal te leren.
Volgens VluchtelingenWerk hebben Oekraïense vluchtelingen behoefte aan professionele taallessen. Ook de Nederlandse Vereniging van Gemeenten (VNG) pleit voor meer en beter taalonderwijs.
Dit zal Oekraïners veel voordeel opleveren. 67 procent van hen heeft een betaalde baan. Toch is er sprake van onbenut arbeidspotentieel, omdat veel mensen werk doen dat niet aansluit bij hun opleiding. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van WODC dat veel Oekraïense vluchtelingen kampen met gevoelens van eenzaamheid en weinig interactie hebben met Nederlanders.