VluchtelingenWerk Nederland reageert bezorgd op het geactualiseerde landenbeleid voor Syrië dat minister Bart van den Brink naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Aan Syrische asielzoekers die een gegronde vrees hebben om terug te keren naar hun verblijfplaats kan voortaan ook op individuele basis een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen. Wij constateren echter dat de situatie in Syrië nog altijd zeer instabiel is. De recente beleidswijzigingen roepen vragen op over de praktische bescherming van Syriërs en van minderheden in het bijzonder.
VluchtelingenWerk Nederland benadrukt dat het te vroeg is om te spreken van een veilige terugkeer naar Syrië. De veiligheidssituatie verandert snel per regio en is instabiel. In het ambtsbericht dat eerder dit jaar uitkwam vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken, werd Syrië één van de minst vreedzame landen genoemd. Dit rapport wordt gebruikt als basis voor asielbesluiten.
Op dit moment wordt slechts 6 procent van de asielaanvragen van Syriërs in Nederland toegekend. In de praktijk ziet VluchtelingenWerk dat ook asielaanvragen van minderheden worden afgewezen. Het ministerie geeft aan dat er extra gelet wordt op veiligheidsrisico's voor druzen. Het is positief dat er aandacht is voor de veiligheid van deze minderheid en dat zij nu specifiek genoemd worden. Eerder was dat al het geval voor alawieten en LHBTIQ+. Tegelijkertijd maken wij ons zorgen over andere etnische en religieuze minderheden, die nog niet specifiek worden genoemd. Ook voor deze groepen kan terugkeren gevaarlijk zijn.